Press room

Bouw scoort op het vlak van werkbaarheid beter dan Vlaams gemiddelde

VCB hoopt op meer succes van de bouw bij studie- en jobkeuze van jongeren 

Uit de recentste werkbaarheidsmonitor van de Stichting Innovatie en Arbeid blijkt dat de Vlaamse bouw op het vlak van werkbaarheid op heel wat punten positiever scoort dan andere sectoren en het beter doet dan het Vlaamse gemiddelde. De monitor is gebaseerd op een enquête waaraan in totaal ongeveer 12.500 werknemers deelnamen en ongeveer 500 uit de bouw en is dus in hoge mate representatief. Volgens de VCB (Vlaamse Confederatie Bouw) moeten deze positieve cijfers meer jongeren ertoe aanzetten om voor een opleiding en/of een job in de bouw te kiezen. 

In het algemeen ligt de werkbaarheidsgraad in de bouw 3% hoger dan gemiddeld in de Vlaamse bedrijven en organisaties. Ook als we de cijfers meer in detail bekijken op de verschillende bevraagde deelaspecten van werkbaarheid, blijkt dat het resultaat voor de bouwsector positiever is dan voor het Vlaamse bedrijfsleven in het algemeen. 

De voornaamste pluspunten voor de bouw zijn overduidelijk de lagere emotionele belasting, de grotere variatie in het takenpakket, de lagere werkdruk, de talrijkere leermogelijkheden en de hogere mate aan autonomie. Bovendien bestaan in de bouw minder werkbaarheidsknelpunten en zijn er minder problemen met psychische vermoeidheid. 

werkbaarwerk.jpg

Wat betreft de ondersteuning door de leidinggevenden en de werk-privé balans liggen de scores ongeveer even hoog als het Vlaamse gemiddelde. 

De enige factor waarin de bouw in vergelijking met het Vlaamse gemiddelde duidelijk negatief scoort, zijn de arbeidsomstandigheden. Daarbij gaat het om de mate waarin werknemers blootgesteld worden aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en de lichamelijke belasting. Daarvoor ligt de score voor de bouw 17,5% lager dan voor het Vlaamse gemiddelde. 

Maar op dit laatste punt zijn er juist tal van verbetermogelijkheden. De laatste twee decennia hebben heel wat evoluties de arbeid in de bouwsector minder fysiek belastend gemaakt. Zo werd in de bouw-cao al in 2001 beslist dat voorverpakte bouwmaterialen, zoals cement en zand, nog maximaal 25 kg per eenheid mochten wegen. 

Daarnaast zijn de technische hulpmiddelen die de bouwvakker ter beschikking heeft, er fors op vooruitgegaan dankzij machines die vroeger veel minder actieradius hadden of zelfs helemaal niet bestonden en die nu het werk een stuk lichter en veiliger maken. Denken we maar aan allerlei types van hijskranen, hoogtewerkers, verreikers, schaar- en ladderliften of rolstellingen. Of aan de toegenomen kracht en precisie van de bouwplaatsmachines bij grond- en wegenwerken: van minigravers, over dumpers, bulldozers, tot het hele gamma van banden- en rupskranen. 

Ook de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen die de Codex Welzijn op het Werk voorschrijft, gaan er ieder jaar op vooruit: zowel qua aanbod, dat steeds breder en gevarieerder wordt, als op het vlak van kwaliteit met een hogere beschermingsgraad en comfort in gebruik. De campagne van de Confederatie Bouw rond Safety My Priority heeft onder meer tot doel het gebruik ervan te stimuleren. 

Tenslotte raken hightechtoepassingen, zoals BIM, 3D-printing, lean management en de inzet van drones, steeds meer ingeburgerd in de Belgische bouwwereld. Ook die toepassingen zullen de arbeidsomstandigheden op de bouwplaatsen verbeteren.