Press room

Nieuw Vlaams regeerakkoord: investeringsambities en een gedragen bouwshift

Gunstige investeringspolitiek, verdubbeling van hernieuwbare energie en juridische zekerheid voor eigenaars  

De nieuwe Vlaamse regering schuift cruciale, maatschappelijke ambities en investeringen naar voren in haar regeerakkoord. In de verwezenlijking ervan blijkt de bouw een belangrijke partner te zijn. Zo is de sector onmisbaar voor de verdubbeling van hernieuwbare energiecapaciteit en om de klimaatuitdaging aan te gaan. Op een energiebewuste verlaging van registratierechten na, lijkt er evenwel minder sprake van structurele maatregelen om het renovatieritme op te drijven. De VCB is verheugd over de investeringsambities en beklemtoont het belang van een vaste investeringsnorm om historische achterstand goed te maken. Ook de bouwshift in kernen en de mobiliteitsproblemen vergen aanzienlijke inspanningen. De juridische zekerheid voor eigenaars van percelen en woningen bij nieuwe ruimtelijke plannen zal het draagvlak ten goede komen.   

Hernieuwbare energie voorop en energiebewuste registratierechten

Een technologische omslag staat voorop in het regeerakkoord. In de klimaatuitdaging zet de nieuwe Vlaamse regering volop in op hernieuwbare energie zoals de verdubbeling van zon- en windenergie. Zo zal de lat hoger worden gelegd van het minimaal aandeel hernieuwbare energie bij nieuwbouw en ingrijpende renovaties. Daarnaast wordt de energielening toegankelijker voor een energetische renovatie binnen de vijf jaar na aankoop. De verplichting om binnen die termijn minstens drie energetische renovatiewerken uit te voeren, lijkt evenwel niet opgenomen in het regeerakkoord. Nochtans zou die maatregel ervoor kunnen zorgen dat 90% van de woningen gerenoveerd wordt tegen 2050.  Een bijkomende verlaging van de registratierechten met 1 % bij ingrijpende energetische renovatie, heeft het regeerakkoord wel gehaald. Dat komt de energie-efficiëntie van woningen structureel ten goede, weliswaar in beperktere mate. 

De komende jaren zal de sector tijdens haar overleg met de Vlaamse regering blijven constructieve voorstellen formuleren om de energie-efficiëntie van bestaande gebouwen in een stroomversnelling te krijgen. We denken daarbij bijv. aan een renovatieverplichting en een vrijstelling van successierechten van energetische investeringen. Renovaties blijven immers op een te laag pitje terwijl een verdrievoudiging van het huidige ritme nodig is om de doelstellingen te halen. 

De bouwshift en juridische zekerheid voor meer draagvlak

Een doordachte bouwshift – in de vorige legislatuur gekend onder de noemer ‘betonstop’ – is cruciaal om betaalbaar wonen niet op de helling te zetten. In de vorige legislatuur die uitpakte met de ‘betonstop’ knelde het schoentje vooral in de onduidelijkheid voor eigenaars van percelen en woningen. De nieuwe Vlaamse regering kan draagvlak creëren door – zoals aangekondigd – de juridische zekerheid te garanderen aan eigenaars van percelen en woningen dat zij de marktconforme vergoeding betaald krijgen bij herbestemming. Ook de staten-generaal die in de steigers staat kan een belangrijk instrument zijn om alle stakeholders aan boord te krijgen. Uitgaan van reële cijfers in plaats van betwistbare aannames en werk maken van studies over de noden van kwaliteitsvolle verdichting zullen evenwel belangrijke hefbomen zijn.   

Want als de nieuwe Vlaamse regering te veel focust op beperkingen en het neutraliseren van beschikbare bouwgronden zonder kwaliteitsvolle verdichting in een stroomversnelling te brengen, dan dreigen de huizenprijzen – vooral in het onderste segment van de markt en bijgevolg vooral voor de lagere inkomens – aanzienlijk toe te nemen. Vandaar het grote belang van een doorgedreven investeringspolitiek voor een kwaliteitsvolle en betaalbare woonomgeving in kernen en centra om er meer gezinnen aan te trekken en te behouden. 

Investeringen in publieke infrastructuur

De nieuwe regering beklemtoont te excelleren in publieke investeringen. De afwerking van grote infrastructuurprojecten staat duidelijk bovenaan op de agenda, in combinatie met de aanleg van fietspaden en investeringen in openbaar vervoer. Maar het is onduidelijk of de overheden gezamenlijk – Vlaamse en lokale niveau - een structurele investeringsnorm zal halen die vergelijkbaar is met het Europese gemiddelde aangevuld met een inhaalbeweging om de historische achterstand in Vlaanderen goed te maken. In tegenstelling tot onze buurlanden waren de voorbije decennia de investeringen in ons land immers ontoereikend om zelfs de slijtage aan infrastructuur te verhelpen. Daarbij denken we ook aan de grootscheepse aanleg van gescheiden rioleringen om de kwaliteitsdoelstellingen van de Europese richtlijn Water te bereiken tegen 2027.