| Tekort
aan rustoorden meer dan verdubbeld
Naast publieke ook private investeringen bevorderen
Vandaag dinsdag vindt in het Vlaams Parlement een hoorzitting
plaats over het tekort aan ouderenvoorzieningen. Deze hoorzitting
moet ertoe leiden dat de 46 investeringsdossiers voor OCMW- en VZW-voorzieningen
die nu geblokkeerd zitten, worden gedeblokkeerd. Maar tegelijk moeten
ook private instellingen meer investeringsmogelijkheden krijgen,
aldus Marc Dillen van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) en Eginhard
Van Wilder van de Federatie Onafhankelijke Seniorenzorg (FOS). Zoniet
zal het tekort aan ouderenvoorzieningen blijven oplopen. In 1998
lag het aantal voorzieningen 5.464 wooneenheden onder de programmatienorm.
In 2005 is deze achterstand opgelopen tot 13.220.
Tegen 2010 zal de Vlaamse bevolking voor meer dan een kwart uit
60-plussers bestaan. Tegen 2020 loopt dit op tot bijna een derde.
In het eerste decennium van deze eeuw groeit het aantal 80-plussers
in Vlaanderen met meer dan 100.000, wat neerkomt op een gemiddelde
jaarlijkse toename van bijna 4%.
Vooral bij 80-plussers neemt de behoefte aan zorg en opvang sterk
toe. Deze zorg en opvang moeten in de eerste plaats thuis worden
aangeboden. Maar zelfs met een significante toename van de thuiszorgvoorzieningen
blijft de nood aan residentiële opvang groeien. Op dit ogenblik
houdt de bouw van ouderenvoorzieningen geen gelijke tred met de
snel toenemende vergrijzing.
In 1998 lag het aantal plaatsen in ouderenvoorzieningen al 8,8%
onder de programmatienorm. In 2005 is deze achterstand opgelopen
tot 17,5%. Er zijn dus 17,5% te weinig voorzieningen voor bejaarden
in vergelijking met wat de vergrijzende bevolking nodig heeft. Concreet
betekent dit dat er in 48 Vlaamse steden en gemeenten minstens 65
woongelegenheden moeten bijkomen.
Investeringsdossiers deblokkeren
Een belangrijk subsidiekanaal voor ouderenvoorzieningen is het
VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoongsgebonden Aangelegenheden).
Momenteel zijn 46 subsidiedossiers bij het VIPA geblokkeerd omdat
de toelagen uitgeput zijn. Het programmadecreet voor 2006 dat momenteel
aan het Vlaams Parlement wordt voorgelegd, zal het VIPA in staat
stellen de betoelaging in de tijd te spreiden. VCB en FOS staan
achter dit voorstel omdat het de geblokkeerde investeringsdossiers
zal deblokkeren. Maar zij verwachten dat gelijktijdig een voorstel
wordt uitgewerkt om ook de investeringen vanuit de private sector
te stimuleren.
Het VIPA subsidieert namelijk alleen de projecten van VZW’s
en OCMW’s. Naast 322 VZW- en 224 OCMW-instellingen telt Vlaanderen
201 private instellingen voor senioren. Ook de private instellingen
kunnen dus een belangrijke rol vervullen bij de opvang van bejaarden
in Vlaanderen. Vaak wordt verkeerdelijk gesteld dat private instellingen
veeleer de rijkere bejaarden huisvesten. Niets is minder waar. Uiteindelijk
vangen private ouderenvoorzieningen dezelfde doelgroepen op als
de VZW- en OCMW-voorzieningen. Omdat de VIPA-toelagen al bij al
beperkt blijven en de vraag naar residentiële opvang voor bejaarden
almaar stijgt, is het dan ook hoog tijd om het potentieel van de
private sector te activeren.
Private verzekering
De private ouderenvoorzieningen worden op dit ogenblik geconfronteerd
met een dubbele discriminatie. Enerzijds vallen zij buiten de subsidiëring
door het VIPA. Anderzijds worden de leningen die zij voor hun investeringen
aangaan, niet gedekt door een overheidswaarborg. Vandaar het gezamenlijke
voorstel van VCB en FOS dat de overheid ook voor hen in een waarborgregeling
voorziet.
Deze verzekering kan verlopen naar analogie van de verzekering
gewaarborgd wonen. Daarbij dekt de Vlaamse overheid gratis de hypothecaire
leningen van kandidaat-bouwers of kopers voor het geval zij ziek
of onvrijwillig werkloos worden. De overheid heeft voor deze verzekering
op de markt een private verzekeringsmaatschappij gezocht. Zij kan
hetzelfde doen om de leningen van de private ouderenvoorzieningen
te laten dekken. Ook hiervoor kan de Vlaamse overheid op de verzekeringsmarkt
een oproep tot kandidatuurstelling lanceren.
Voor de dekking van de leningen van de private initiatiefnemers
voor ouderenvoorzieningen hoeft de Vlaamse overheid dan enkel een
verzekeringspremie te betalen. Vermits bij de bouw van ouderenvoorzieningen
van een hypothecair onderpand gebruik kan worden gemaakt, zal het
bouwrisico gemakkelijk verzekerbaar zijn. Bovendien is de vraag
naar ouderenvoorzieningen groot. Het risico van een onderbezetting
is daardoor minimaal. De Vlaamse overheid zal dus slechts een relatief
lage verzekeringspremie moeten betalen. Het verzekeringssysteem
zal private initiatiefnemers voor de bouw van een ouderenvoorziening
wel in staat stellen gemakkelijker dan nu leningen met de banken
af te sluiten. Op die manier kan de Vlaamse overheid tegen een geringe
kostprijs private investeringen in voorzieningen voor senioren fors
stimuleren.
Investeren in infrastructuur voor ouderenzorg betekent vandaag
niet langer uitsluitend het bijbouwen van rusthuiskamertjes mar
wel de creatie van woonzorgcomplexen, waar naast de huisvesting
de zorg- en dienstverlening centraler staat dan ooit. Hierdoor bieden
deze investeringen ook een oplossing voor de vaak onaangepaste huisvesting
en het sociaal isolement van bejaarden. Door de investeringsdossiers
van OCMW- en VZW-voorzieningen te deblokkeren en tegelijk private
investeringen te stimuleren kan de Vlaamse overheid deze onhoudbare
woonsituatie grotendeels ongedaan maken.
Marc Dillen, directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw
Eginhard Van Wilder, coördinator van de Federatie van Onafhankelijke
Seniorenzorg
[ top ]
|