| Legale
buitenlandse arbeiders niet goedkoper
Inschakeling moet kunnen bij acuut tekort aan Vlaamse arbeidskrachten
Het geval Struik Foods heeft aangetoond dat een legale inschakeling
van buitenlandse arbeidskrachten niet goedkoper uitvalt dan werken
met Belgische arbeidskrachten. Wanneer Vlaamse bouwbedrijven een
beroep doen op buitenlandse arbeidskrachten, komt dit volgens de
Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) omdat zij op de Vlaamse arbeidsmarkt
niemand vinden. Momenteel geraken voor heel wat bouwberoepen 25%
en meer van de vacatures niet ingevuld. Daarom gaat de VCB nu samen
met de lokale bouwconfederaties acties ondernemen om de bouwvacatures
meer en sneller ingevuld te krijgen.
De inschakeling van arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten van
de Europese Unie kan op twee manieren gebeuren. Ofwel neemt het
Belgische bedrijf zelf Centraal-Europese arbeidskrachten in dienst.
Daarvoor zijn arbeidskaarten en –vergunningen vereist. Ofwel
doet het Belgische bedrijf een beroep op een Centraal-Europese onderaannemer
die dan zijn werknemers naar België detacheert. Maar ook in
dit tweede geval moeten de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden
worden toegepast. Een reglementair toegepaste detachering zal in
principe geen aanleiding mogen geven tot oneerlijke concurrentie.
Weliswaar gelden de sociale lasten van het land van herkomst. Maar
tegelijk zijn er de hogere verblijfs- en transportkosten.
Tot 31% vacatures niet ingevuld
Bouwbedrijven ondervinden enorme problemen om op de Vlaamse arbeidsmarkt
bouwarbeiders te vinden. In de Vlaamse bouwsector worden ongeveer
18% van de vacatures na verloop van tijd ingetrokken omdat de bedrijven
er geen kandidaten voor vinden. Voor een aantal bouwberoepen loopt
het percentage oningevulde vacatures nog veel hoger op. Voor monteurs
van centrale verwarming, kraanbestuurders, isoleerders, ijzervlechters
en bekisters geraakt ongeveer een vierde van het aantal openstaande
vacatures niet ingevuld. Voor bouwplaatsmachinisten bedraagt het
aandeel van de oningevulde vacatures bijna een derde.
Intussen is de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en
Beroepsopleiding) begonnen met een grondige doorlichting van de
werkzoekenden bouw. Concreet gaat zij na in welke mate deze werkzoekenden
nog effectief in een bouwberoep zijn geïnteresseerd. Bouwbedrijven
zijn bereid om gemotiveerde werkzoekenden zelf op te leiden. Daarvoor
bestaat een krachtig instrument: de IBO (individuele beroepsopleiding
in de onderneming). Het gebrek aan productiviteit van de werkzoekende
wordt daarbij gecompenseerd door een belangrijke lastenverlaging.
Vorig jaar hebben Vlaamse bouwbedrijven al ongeveer 2.500 werkzoekenden
op de werkvloer opgeleid via de IBO-formule.
De VCB en de lokale bouwconfederaties gaan nu acties ondernemen
om de vacatures van de bouwbedrijven vlotter ingevuld te krijgen,
onder meer via de formule van de IBO. Maar voor de meest dringende
vacatures zal dit niet volstaan. Daarvoor moeten de bedrijven tevens
een beroep kunnen doen op buitenlandse arbeidskrachten. Zoniet geraken
hun bouwprojecten niet tijdig klaar. Wanneer dit op een legale wijze
gebeurt, kan het geen deloyale concurrentie veroorzaken en dus evenmin
leiden tot de vervanging van eigen werknemers.
Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw
Bijlage
Aandeel oningevulde vacatures
| Bouwplaatsmachinisten |
31,4% |
| Ijzervlechters/bekisters |
28,3% |
| Isoleerders |
26,2% |
| Kraanbestuuders |
24,5% |
| Monteurs van centrale verwarming |
24,2% |
| Totaal voor de bouwsector |
18,3% |
Bron: FVB
[ top ]
|