|
Vlaamse bouwsector paraat voor uitvoering
van PPS voor scholen
Volgens minister van Werk Frank Vandenbroucke is PPS (publiek-private
samenwerking) onvermijdelijk om komaf te maken met de ellenlange wachtlijsten
voor de subsidiedossiers voor schoolgebouwen. De Vlaamse bouwsector staat
alvast paraat om via PPS nieuwe schoolgebouwen op te trekken en bestaande
schoolgebouwen te renoveren. Voor de VCB (Vlaamse Confederatie Bouw) is
het wel belangrijk dat tegelijk het overheidsbudget voor scholenbouw wordt
opgetrokken en Vlaamse KMO-bouwbedrijven maximaal bij deze PPS-projecten
worden betrokken. Eenvoud en continuïteit zijn daarbij de sleutelwoorden.
De subsidiedossiers voor schoolgebouwen die momenteel geblokkeerd zijn,
hebben voor 80% betrekking op kleinere werken. Vandaar dat ook kleinere
aannemingsbedrijven in aanmerking moeten komen om deze werken via PPS
uit te voeren. PPS vereist extra studiekosten. Kleinere bouwfirma’s
kunnen deze bijkomende kosten enkel dragen indien zij op termijn meerdere
van dergelijke projecten kunnen uitvoeren. Vandaar dat de VCB pleit voor
een meerjarenprogramma.
Bovendien gaat het om een totaal pakket van maar liefst een miljard euro.
De Vlaamse bouwbedrijven kunnen dit programma perfect aan. Maar ook hier
is de voorwaarde dat deze werken niet in een paar jaar op de markt worden
gegooid maar over vijf jaar worden gespreid.
PPS-projecten voor schoolgebouwen moeten maximaal openstaan voor de Vlaamse
bouwsector. Die bestaat grotendeels uit KMO’s. De VCB waarschuwt
voor te complexe structuren en te zware financiële risico’s
waardoor de bouw van schoolgebouwen nog enkel zou weggelegd zijn voor
een handvol internationaal vertakte vastgoedvennootschappen.
Vandaar ook dat het niet aangewezen is de risico’s voor het onderhoud
van de nieuwe of gerenoveerde schoolgebouwen te spreiden over een te lange
periode van 27 à 30 jaar. Vijf jaar is het maximum. Na deze periode
dient het onderhoudscontract opnieuw in concurrentie te worden geplaatst.
Op die manier kan de overheid voor het onderhoud van de scholen een realistische
prijszetting verwachten en vermijdt zij dat het onderhoud het quasi monopolie
van enkele ‘facility’-giganten wordt.
Tevens stelt de VCB voor dat de overheid bij PPS niet het volledige risico
op de private sector zou afwentelen. Zij is voorstander van een gedeelde
verdeling van de risico’s tussen private sector en overheid. Een
volledige overdracht van de risico’s op de private partner dreigt
eveneens de prijzen voor PPS-projecten fors te doen toenemen.
Daarenboven moet de Vlaamse regering het zoeken naar PPS koppelen aan
een verhoging van het eigen investeringsbudget voor scholenbouw. Uiteindelijk
moet PPS een bijkomende investeringsimpuls genereren. Volgens de VCB mag
PPS nooit in de plaats van het reguliere investeringsbudget komen.
De VCB staat dus positief tegenover de toepassing van PPS voor schoolgebouwen.
Onder de zopas gestelde voorwaarden zal PPS extra investeringsmogelijkheden
creëren en de overheid in staat stellen tegen realistische prijzen
versneld over nieuwe of vernieuwde schoolgebouwen te beschikken. De Vlaamse
bouwsector staat klaar om de belangrijke uitdaging van een grondige vernieuwing
van het jarenlang verwaarloosde schoolgebouwenpatrimonium aan te gaan.
Tegen midden oktober gaat de VCB hiervoor een leidraad met concrete en
praktisch haalbare voorstellen samenstellen.
Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw
Voor meer info: GSM 0475/72.01.72
[ top ]
|