|
VCB wil 60.000 ton gevaarlijke afvalstoffen
uit leefmilieu weren
Affiches met Reintje zorgen voor schone bouwplaatsen
De belangrijkste uitdaging voor het nieuw bouw- en sloopafvalplan
wordt de verwijdering van de gevaarlijke afvalstoffen. Hun aandeel bedraagt
slechts 1% van de totale bouw- en sloopafvalberg van meer dan 6 miljoen
ton. Maar dan nog komen bij bouwwerken jaarlijks circa 60.000 ton gevaarlijke
afvalstoffen vrij. In samenwerking met een gespecialiseerde afvalverwerker
wil de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) deze stoffen uit ons leefmilieu
houden. Daar moet bouwbabe Reintje voor zorgen.
Op dit ogenblik wordt ongevaarlijk metselwerk- en betonpuin reeds voor
85% gerecycleerd. Binnenkort komt een nieuw bouw- en sloopafvalplan in
de plaats van het eerste plan dat nog van 1995 dateert. Dit nieuwe plan
zal tot doel hebben voor ongevaarlijk afval hoogwaardigere toepassingen
te vinden dan hergebruik in funderingen. Tegelijk zal het nieuwe plan
naar een maximale verwijdering en recyclage van gevaarlijke afvalstoffen
streven.
De samenwerking van de VCB met een professionele afvalverwerker (met
name SITA) in het kader van het Reintje-project speelt daar nu al op in.
Dankzij deze samenwerking - een eerste in die vorm – kan de VCB
aan haar leden een soepel ophaalsysteem aanbieden, dat een oplossing biedt
voor elke bouwplaats. Tegelijk gaat de VCB samen met deze afvalverwerker
de aannemers voor de gescheiden verwijdering van hun gevaarlijke afvalstoffen
sensibiliseren.
Knelpunten
Gevaarlijke van andere afvalstoffen scheiden is wettelijk verplicht.
Wie gevaarlijk afval achteloos dumpt, kan zich enorme problemen op de
nek halen. Regelgeving en controle op de gevaarlijke afvalstoffen worden
steeds strenger. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat de verwerkingskosten
voor afvalstoffen het laagst liggen indien gevaarlijk, inert en gemengd
afval van elkaar worden gescheiden. Toch gebeurt dit nog te weinig.
Marc Dillen, directeur-generaal van de VCB: “Een eerste knelpunt
betreft de identificatie: welke afvalstoffen zijn gevaarlijk en welke
niet. Onder de noemer ‘gevaarlijke bouwafvalstoffen’ gaat
een zeer ruime waaier van stoffen schuil: van zeer gevaarlijke afvalstoffen
tot afvalstoffen waarvan men op het eerste gezicht niet zou vermoeden
dat ze door de wetgever als gevaarlijk worden beschouwd. Zo behoren ook
lege verfblikken tot het gevaarlijk afval. Asbestcement werd tot voor
kort niet als een gevaarlijke afvalstof aanzien en nu wel.
Een tweede knelpunt is van logistieke aard. De aannemer moet telkens
over de geschikte containers en vaten beschikken om de uiteenlopende gevaarlijke
afvalstoffen op de bouwplaats apart te stockeren en ze bij het transport
naar de firma gescheiden te houden. Gezien de complexiteit van de wetgeving
en de moeilijke herkenbaarheid van gevaarlijke afvalstoffen is het ook
belangrijk dat elke medewerker op de bouwplaats en het bouwatelier voldoende
wordt geïnformeerd en gesensibiliseerd.
Tenslotte weerhoudt ook de kostprijs aannemers ervan gevaarlijke afvalstoffen
reglementair te laten afvoeren. Wie de afvoer niet reglementair uitvoert,
kan er goedkoper van af komen. Daardoor ontstaat oneerlijke concurrentie
waarvan bona fide aannemers de dupe zijn.”
Oplossingen
Het project Reintje zal al deze knelpunten een antwoord bieden.
In het kader van dit project komen er op de bouwplaatsen affiches die
duidelijk aangeven welke producten als gevaarlijke afvalstoffen moeten
worden beschouwd. Voor deze producten kan men voortaan nog maar bij één
persoon terecht: “Reintje’. De welklinkende naam en het sympatieke
gezicht van deze bouwbabe zullen worden aangeplakt op al de containers
en vaten die voor gevaarlijke afvalstoffen zijn bestemd.
Nieuw is ook dat Reintje op zeer uiteenlopende soorten van containers,
bidons en vaten zal prijken waardoor de aannemer voor elk type van gevaarlijk
afval de meest geëigende recipiënt zal kunnen gebruiken, in
functie van de omvang van en de beschikbare ruimte op de bouwplaats. Daarmee
is het logistieke probleem opgelost.
Bovendien zullen de geafficheerde instructies worden aangevuld met infosessies
in de lokale bouwconfederaties voor zowel de aannemers als hun medewerkers.
Voortdurende sensibilisering is immers essentieel.
Tenslotte zal de grootschalige aanpak van het project ertoe leiden dat
de kostprijs voor de verwijdering en verwerking van de gevaarlijke afvalstoffen
wordt gedrukt. Op die manier zal het niet verwijderen van gevaarlijke
afvalstoffen geen prijsvoordelen meer opleveren.
Ook voor de klant is het belangrijk dat hij op de bouwplaats niet met
gevaarlijke afvalstoffen wordt opgezadeld. Vandaar dat een certificaat
in het leven werd geroepen. De aannemer die zo’n certificaat krijgt,
staat samen met de afvalverwerker garant dat de gevaarlijke afvalstoffen
op een reglementaire wijze worden gesorteerd, opgehaald en gerecycleerd.
Selectief sloopbestek
Het Reintje-project zal in eerste instantie de gevaarlijke afvalstoffen
verwijderen die tijdens het bouwproces ontstaan, zoals resten van verven,
oliën en kitten. Maar een zeer belangrijk deel van het bouw- en slooppuin
(bijna 50%) ontstaat bij de sloop van gebouwen. Over de gevaarlijke afvalstoffen
die daarbij vrijkomen, heeft de aannemer veel minder controle, vooral
omdat opdrachtgevers aan de slopers nog veel te weinig informatie verstrekken
over de aanwezige afvalstoffen. Aannemers hebben deze informatie nodig
omdat in de te slopen gebouwen vaak verborgen afvalstoffen voorkomen,
deze afvalstoffen bij afbraak ook moeilijk herkenbaar zijn en vaak pas
kunnen worden geïdentificeerd na een voorafgaandelijke analyse.
De VCB vraagt dan ook aan de Vlaamse overheid dat zij opdrachtgevers
die sloopwerken laten uitvoeren, ertoe zou verplichten de afvalstoffen
in de te slopen gebouwen te inventariseren. Dit is mogelijk via een zogenaamd
‘selectief sloopbestek’. Dit moet de aannemers toelaten bij
sloopwerken de gevaarlijke afvalstoffen apart te houden. De besprekingen
hierover lopen al enige tijd. De VCB hoopt dat ze nog dit jaar kunnen
worden afgerond.
[ top ]
|