|
Overheid kan jaarlijks half miljard extra
investeren dankzij alternatieve financiering en PPS
Geen vrijgeleide voor afbouw van overheidsdotaties voor infrastructuur,
scholen en rustoorden
Dankzij alternatieve financiering en PPS (publiek-private samenwerking)
kan de overheid elk jaar een half miljard extra investeren in nieuwe wegen,
bodemsaneringen, bedrijventerreinen, sportinfrastructuur, scholen, ziekenhuizen
en stadskernvernieuwing. Dat is gebleken op de workshop die de Vlaamse
Confederatie Bouw (VCB) vandaag over alternatieve financiering en PPS
heeft georganiseerd. Op die manier krijgt de overheid elk jaar 10% extra
om te investeren. Maar zelfs deze uitbreiding is onvoldoende om aan de
enorme investeringsbehoeften te voldoen. Alternatieve financiering en
PPS zijn hulp- en geen tovermiddelen. Ook met deze extra middelen kunnen
de uiteenlopende overheden niet ontkomen aan de verplichting om hun investeringsuitgaven
weer aan te zwengelen.
Op dit ogenblik investeren de uiteenlopende overheden (federale overheid,
Gewest en Gemeenschap, provincies en gemeenten) in Vlaanderen jaarlijks
circa € 5 miljard. Dit is heel wat minder dan jaren geleden. Jarenlang
achterstallige investeringen hebben intussen geleid tot enorme investeringsbehoeften
in nieuwe wegen, bedrijventerreinen, sportinfrastructuur, scholen, ziekenhuizen
en stadskernvernieuwing.
Alleen al voor het vrij, provinciaal en gemeentelijk onderwijsnet loopt
de wachtlijst van investeringsdossiers op tot € 1 miljard. Om de
circa 70.000 gegadigden op de wachtlijsten voor een sociale woning te
huisvesten zijn € 6 tot 10 miljard vereist. De aanleg van 15 uiterst
belangrijke missing links in Vlaanderen (zoals de nieuwe brug te Temse,
de Limburgse Noord-Zuidverbinding enz.) vergt in totaal ongeveer €
3 miljard.
Vandaag heeft de VCB in overleg met alle betrokken partijen (overheid,
banken, ontwerpers, verzekeringsmaatschappijen enz.) in detail nagegaan
welke projecten via alternatieve financiering en PPS kunnen worden gerealiseerd.
De lijst in bijlage is het resultaat van deze denkoefening.
Het was geen oefening in het luchtledige. Uiteindelijk worden momenteel
al veel meer projecten via PPS gerealiseerd dan men op het eerste zicht
zou denken. De Oosterweelverbinding ten noorden van Antwerpen is het meest
voor de hand liggende voorbeeld. Maar daarnaast werden al 5 zwembaden
en sportcomplexen opgericht via een PPS-formule en zijn er 7 via deze
formule in ontwikkeling. Reeds 8 stadskernvernieuwingsprojecten werden
met PPS gerealiseerd terwijl 10 zich in de ontwikkelings- en nog eens
7 zich in de conceptfase bevinden.
De volgende 10 à 15 jaar moet het mogelijk zijn via alternatieve
financiering en PPS ongeveer € 10 miljard extra financieringsmiddelen
voor investeringen te vinden. Op jaarbasis zou men op een half miljard
extra investeringsmiddelen moeten uitkomen. Tegenover de reguliere investeringen
door de verschillende overheden betekent dit een toename van 10%. Dit
moet haalbaar zijn. In het Verenigd Koninkrijk worden nu al 11% van de
overheidsopdrachten via alternatieve financiering en PPS gerealiseerd.
Het is wel duidelijk dat deze extra impuls van 10% nog verre van voldoende
is om al de investeringsbehoeften te lenigen. Daarnaast zullen de overheden
zelf bijkomende investeringsinspanningen moeten leveren. Ten gevolge van
het Lambermont-akkoord krijgt de Vlaamse overheid vanaf 2007 bijkomende
budgettaire ruimte. Een deel van deze ruimte moet de overheid voor bijkomende
investeringsuitgaven aanwenden. Zoniet zullen de wachtlijsten voor een
sociale woning en de wachtlijsten voor de investeringsdossiers in rustoorden,
ziekenhuizen en schoolgebouwen niet significant afnemen.
Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw
[ top ]
|